Plannen en organiseren

Soms kan het voorkomen dat een kind moeite heeft om te beginnen met een taak, taken door elkaar haalt of niet uitkomt met de tijd. Ze komen wellicht te laat, hebben  moeite met het opruimen van materialen en raken vaak spullen kwijt. De schriften en werkjes op school zijn vaak een chaos. Oudere kinderen kunnen problemen hebben met het maken van huiswerk of het werken met een agenda.

Tegenwoordig zijn er veel kinderen die problemen hebben met het plannen en organiseren van taken en activiteiten. Deze problemen kunnen zich zowel voordoen op school als thuis. Het vermogen om te kunnen plannen en organiseren behoort tot een van de executieve functies. Executieve functies hebben een regelfunctie in de hersenen. Ze zijn van belang om goed te kunnen functioneren.

bekijk specialisten

Onder executieve functies verstaan we

  • Organiseren en structuur aanbrengen in activiteiten
  • Plannen van taken en activiteiten in de tijd
  • Een activiteit beginnen of stoppen
  • Aandacht richten en vasthouden
  • Controle hebben over impulsen, emoties en bewegingen
  • Een plan kunnen maken, informatie opslaan (onthouden) en uitvoeren
  • Leren van fouten
  • Oplossen van problemen (probleemoplossend vermogen)

Als kinderen problemen hebben met hun executieve functies lijkt het alsof zij niet doelmatig kunnen handelen. Het uitvoeren van deeltaken in een juiste volgorde lukt vaak niet. Kinderen met zwakke executieve functies hebben problemen met het starten of het stoppen van een taak. Ze kunnen last hebben van woedeaanvallen of impulsief gedrag vertonen. Het kan ook zijn dat een kind vertraagd reageert.

Plannings- en organisatieproblemen komen veel voor bij kinderen met:

  • Een vertraagde ontwikkeling
  • Een verstandelijke beperking, bijv. Down syndroom of een IQ < 60
  • Autisme Spectrum Stoornis (ASS)
  • Developmental Coordination Disorder (DCD)
  • Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD)
  • Attention Deficit Disorder (ADD)

Wat kan een ergotherapeut betekenen?

Wanneer er sprake is van plannings- en organisatieproblemen start de ergotherapeut altijd met een probleem verhelderend gesprek. Dit gesprek vindt plaats met zowel ouders als kind. Soms kan ook de leerkracht ingeschakeld worden. Op deze manier wordt een volledig beeld gecreëerd van het functioneren van het kind in zijn omgeving. Wanneer de problemen verhelderd zijn kan er een observatie uitgevoerd worden om na te gaan waar het precieze probleem ligt.

Er zijn verschillende methodieken die gebruikt kunnen worden om de planningsproblematiek aan te pakken:

CO-OP

De CO-OP strategie is een methode die een kind ondersteunt bij het uitvoeren van dagelijkse activiteiten. Het doel is om het functioneel en doelgericht handelen van het kind te verbeteren. Cognitieve (=denk) strategieën worden aangeboden om te leren omgaan met probleemsituaties, zoals het gebruiken van vaste regels en afstrepen op de kalender of bijvoorbeeld je schooltas op tijd inpakken voor de juiste dag met de juiste spullen.

Stop- en Denk

Voor de begeleiding van werkhoudingsproblemen bij kinderen werken wij met de zelfinstructiemethode van Meichenbaum, de methode met de vier beertjes. Het kind leert hiermee om bewust zijn handelingen te sturen, structureren en zijn taken af te maken.

Werken met stappenplan

Om een activiteit uit te kunnen voeren, is er voorafgaand een plan nodig. Dit plan bestaat uit deeltaken. Wanneer kinderen moeite hebben met het maken van dit plan in hun hoofd, kan er gekozen worden om de deelstappen op een andere manier  aan te bieden. Dit kan bijvoorbeeld een visueel stappenplan zijn door middel van afbeeldingen (picto’s), een geschreven tekst of een video. Aan de hand van het stappenplan kan het kind leren om de juiste volgorde van deelactiviteiten uit te voeren. Dit stappenplan kan uiteindelijk ook toegepast worden in andere activiteiten (generaliseren).

Maak een afspraak

© Ergotherapiepraktijk Zuid-Limburg
Created by